Mark
Chamonix

Heureux comme Dieu en France?

 
Mark
Door Peter-Paul de Meijer

Het was al weer een tijd geleden dat ik m’n vriend Lukas (Feitsma) gezien had. Vroeger trokken we regelmatig samen op, onze ski’s vlogen samen naar verschillende gebieden in Europa, maar ook ver daarbuiten.
Ik had altijd het idee dat hij, net als ik, na z’n studie zou gaan verhuizen, naar een kouder land ver boven zeeniveau met bergen en sneeuwzekerheid. Toch wonen we nog allebei in Nederland, hebben een betaalde baan, een dak boven ons hoofd en eigenlijk niets om over te klagen, al is de frequentie van onze bezoeken aan de bergen naarmate de jaren vorderden overduidelijk verminderd.


We balen dan ook als we op onze eerste skireis van het jaar (het is april) in Chamonix aankomen. De met zonovergoten autorit waarbij de meter regelmatig boven de 20 graden Celsius aanwees, was jammer genoeg een juiste voorspeller voor de zeer matige sneeuwcondities in de wereldhoofdstad van het alpinisme.
Chamonix, gelegen in het hart van het Mont Blancmassief, wordt bij goede condities beschouwd als de heilige graal van het freeriden. De Vallée Blanche, een 22 kilometer lange afdaling langs de gelijknamige gletsjer is de langste off piste afdaling ter wereld en tegelijkertijd ook één van de diepste met een afdaling van ongeveer 2755 meter.

Het dorp zelf, dat slechts 9000 inwoners telt, maar gedurende het jaar meer dan vijf miljoen bezoekers bediend, oogt dan ook meer als een kleine stad. Chamonix heeft alles, maar dat brengt ook nadelen met zich mee.
Door de industrie en de logistiek rondom deze toeristentrekpleister staat de l’Arve vallei (waar Chamonix het middelpunt van is) in de top drie van plaatsen met de slechtste luchtkwaliteit van Frankrijk, krijgen we later te horen van Stéphane Lagarde. “Er zijn hier zelfs dagen dat fysieke activiteit zoals skiën ontraden wordt.”

Toch denkt hij er niet over om te verhuizen, hij leeft de laatste jaren heel milieubewust en probeert dit over te dragen aan de leerlingen van z’n skischool. Gelukkig, kwamen we achter, is hij niet alleen. Steeds meer inwoners van Franse alpendorpen proberen op hun eigen zelfvoorzienende wijze te overleven.

We spraken inwoners van Chamonix en La Clusaz over hun leven in de bergen. Wat doen ze? En is het leven als God in Frankrijk een feit of een fabel?

Stéphane

“Let maar op. Over een paar jaar ben ik minister van Milieu.” vertelt Stéphane Lagarde lachend terwijl hij met z’n handen een ‘shaka’ beweging maakt.
Voor zo’n kleine gestalte heeft hij grote ambities. We ontmoetten Stéphane in de lobby van ons hotel, waar het lokale personeel hem maar al te goed kent. Stéphane is opgegroeid in Chamonix, hij is de zoon van Daniël Lagarde, een bekende Franse geoloog en lawine expert die in 1999 omkwam toen het noodlot toesloeg en hij zelf werd opgeslokt door een gigantische lawine die dwars door z’n vakantiewoning net buiten Argentiere, een dorpje iets ten noorden van Chamonix, rolde.
Na jaren van bezinning stopte Stéphane zijn professionele ski carrière en besloot hij in de geest van z’n vader actief aan een schonere wereld te willen bijdragen.

Een skiseizoen lang hield hij z’n eigen verbruikte energie bij; van de gereden kilometers in zijn auto, maar ook in de skilift, tot aan het batterijverbruik van z’n telefoon toe. Dat seizoen verbruikte hij 32 ton aan CO2, (je zou ongeveer 200 bomen nodig hebben om de lucht hiervan te zuiveren,) hij rapporteerde dit aan de Franse overheid en in 2008 opende hij met subsidie ‘Ecorider’, de eerste klimaatneutrale skischool in Europa die ook voorlichting geeft over het milieu.

In samenwerking met zijn oude ski sponsor ontwierp Stéphane een ski gemaakt uit biologische materialen en een dito skipak gemaakt uit gerecycled afval.

Stéphane vertelt ons trots dat de uitstoot in de l’Arve vallei de laatste jaren fors teruggedrongen is door strengere regelgeving rondom de uitstoot van vrachtauto’s die door de vallei rijden, maar dat ze er nog lang niet zijn. Hij probeert awareness te creëren door zijn klanten in een (opvallende) elektrische auto rond te rijden.
Ook op de piste is Stéphane een persoonlijkheid, z’n flamboyante manier van doen, waarbij hij elke keer na het doen van truc de lucht richting de hemel wijst is zo idioot, dat we er om moeten blijven lachen.

Vandaag neemt hij ons mee door Les Grands Montets, een van de grotere gebieden van Chamonix. Omdat de omstandigheden verre van ideaal zijn (de temperaturen de afgelopen weken liggen, in deze misschien toepasselijk, veel hoger dan gemiddeld en de laatste sneeuwvlokken dateren van enkele weken geleden) is er buiten de pistes weinig te beleven.

Seb Michaud, die we enkele dagen later in la Clusaz ontmoeten, herinnert zich Stephane nog goed uit de tijd dat ze samen aan de Freeride World Tour meededen.

“Stéphane is een typische Chamonix local; grote woorden, met een klein hartje.”